oeverloos

Dan toch. Na oeverloos getreuzel. Dan toch. Ruimen we op. Omdat de leegte hun huis aanvreet. De schimmel zich vastklampt aan duffe kasten. Het water in de kelder ons tot de enkels stond. De warmte al lang weg was uit de kamers. Alleen de gordijnen bewegen achter de ramen. Elke ochtend. Elke avond. Een schijn […]